Stijn zag het levenslicht op 29 augustus 1979. Samen met zijn vader Rik, moeder Martine en zus Sofie groeide hij op in Bavikhove (Harelbeke).

Zijn lager school liep hij in de gemeenteschool van Bavikhove, om die dan op 12-jarige leeftijd te wisselen voor de Tuinbouwschool in Tielt.

Stijn trok voor de eerste maal de koersbroek aan op 13 -jarige leeftijd. Als lid van de wielertoeristenclub “De Schildpadden” uit Bavikhove deed hij zijn eerste ervaring op met de koersfiets. Al vlug bleek dat voor Stijn niet voldoende.

In 1994 meldde hij zich bij de Kortrijkse Groeningespurters. Ploegleider Rudy Bruneel merkte meteen dat er talent in Stijn schuilde. “Een stille jongen die verdomd hard kan fietsen”
De eerste maanden liep het echter niet van een leien dakje. Hij startte het seizoen in Bellegem (clubkampioenschap) met een ontsnapping in de eerste ronde. Een lekke band gooide al meteen roet in het eten. In de loop van diezelfde week werd hij op training dan ook nog aangereden door een auto, wat zijn fiets meteen tot schroot herleidde.
Zijn eerste officiële wedstrijd te Kuurne eindigde met een valpartij. Stijn liet zich niet ontmoedigen en onder het motto “oefening baart kunst”, ging hij er op training keihard tegenaan wat uiteindelijk overtraining in de hand werkte.
Stijn leerde vlug uit zijn fouten en gooide het over een andere boeg. Resultaat: een eerste overwinning in Ruien (Kluisbergen).

Als tweedejaars nieuweling startte Stijn zijn seizoen alvast met een overwinning in Kuurne. Daar bleef het echter niet bij. Ook in de grote koersen bleef Stijn niet onopgemerkt. Eén van de uitschieters is zeker de Ronde van Vlaanderen, waar hij het Andy Standaert (toen één van de grote namen) bijzonder lastig maakte door niet alleen te volgen maar zelf ook in de aanval te gaan. In de spurt met twee haalde Standaert het met miniem verschil van Stijn.
In de Keizer der Nieuwelingen (Tielt) domineerde Stijn de ganse wedstrijd . Na afloop deed Big Boss Ronny Boudrez de uitspraak: “We hebben een goudhaantje vast!”.
Zijn grootste prestatie in dit jaar was waarschijnlijk wel de klimkoers in Forrières. Daar waar heel wat renners door de knieën gingen, liet Stijn alle grote namen achter zich.

Als eerstejaars junior ging Stijn gewoon door op zijn elan. In de Ster van Zuid-Limburg verbaasde hij vriend en vijand door niet alleen twee ritten te winnen maar ook het eindklassement (sindsdien telt Stijn nog steeds vele supporters in de Limburg). Stijn stoomde door het seizoen. Hij won de beide provinciale titels. In het BK te Reningelst kon enkel een snellere Kevin Proost hem van titel afhouden.
Rond de Heizel in Brussel werd Stijn tweede in het BK tijdrijden waar hij 27 seconden tekort kwam om specialist Meyvis te kloppen. Wetende dat een verstrooide seingever Stijn de verkeerde weg opstuurde, zat er zeker meer in die dag.
Op het WK in Novo Mesto (Slovenië) reed Stijn zowat de ganse dag in de aanval. Eerst in een vroege aanval met 11 en later met 7 renners. Jammer genoeg werden die inspanningen niet beloond.
Wielerkenner Bernard Callens noemde Stijn op het einde van het seizoen “de kroonprins van de Belgische wielrennerij”.

1997 werd een moeilijk jaar. Zijn nederlagen wekten meer verbazing dan zijn overwinningen. Stijn wilde zich dat jaar nog meer op het internationale werk toespitsen. Dat werd niet meteen een meevaller. In de 2-daagse van het Heuvelland (Nederland) werd hij opgehouden door een paard en verloor daardoor misschien niet alleen de rit maar ook de eindoverwinning.
In de Rollinck Tour (waar hij het jaar voordien de koninginnerit won en tweede eindigde in het eindklassement) speelde een virus hem parten waardoor hij de slotrit zelfs niet meer kon aanvangen. In de Ronde van Oostenrijk kon hij daardoor ook niet aan de start komen.
In de Giro della Lunigiana kwam Stijn zwaar ten val.
Door een tekort aan rode bloedcellen werd beslist om te passen voor het WK in San Sebastian.
Toch waren er dat jaar ook grootse prestaties. Nadat hij enkele weken voor het BK het ganse peleton dubbelde, werd hij als grote favoriet naar voor geschoven voor het Kampioenschap te Gingelom. Stijn maakte die favorietenrol waar en werd kampioen van België.
In de 3-kleur volgde hij zichzelf op als winnaar van de Ronde van Vlaanderen in Herzele en reed hij een schitterende Ronde van Nedersachsen in dienst van de Nationale Ploeg.

Als eerstejaars belofte startte Stijn het seizoen met een prestatie om “U” tegen te zeggen. Samen met ploegmaat Geoffrey Demeyere domineerde hij de Vlaamse Peil in Harelbeke en werd er tweede.
Maar dan sloeg de conditie om en ging het alsmaar bergaf. Zelfs gewone kermiskoersen kon hij niet meer uitrijden. De kritiekasters namen het woord “verbrand” in de mond. Stijn wist beter. Hij vocht en zou terugkeren. Na vele doktersvisites en adviezen van her en der kwam aan het licht dat een scheefgegroeide wijsheidstand de oorzaak was van zijn ondermaatse prestaties. Een operatie moest het euvel verhelpen.
Intussen was het seizoen inmiddels bijna afgelopen. Het werd een jaar om snel te vergeten.

In het volgende tussenseizoen stond Stijn voor een moeilijke beslissing. Enerzijds moest hij kiezen tussen de ploeg van zijn hart (de Kortrijkse Groeningespurters) waar hij zijn vrienden en ploegleiders Bruneel en Demol moest achterlaten en anderzijds de Merckxboys waar hij een nog groter internationaal programma kon afwerken. Uiteindelijk koos hij voor de ploeg van Valerio Piva.

Gelukkig liep 1999 terug al heel wat beter. Met uitschieters als een tweede plaats in de Ronde van Vlaanderen (na Kevin Hulsmans), tiende in de tijdrit van de Baby Giro, derde in de Nat. Tijdrit te Lac d’eau de l’heure en twee ritoverwinningen in de Ronde van Navarra.

2000 was alweer een succesvol jaar met o.a. overwinningen in GP Waregem, tweede rit en eindzege in Triptique des Monts et Château en tweede in het BK tijdrijden.

2001 werd een droomjaar voor Stijn. Met overwinningen in o.a. de Vlaamse Pijl, GP Waregem, 6-bergenprijs Harelbeke en eindzege in de Ronde van Luik. Maar de beloning bleef echter uit. Nadat hij tijdens een stageperiode bij het grote Mapei o.a. in de Franco Belge en GP Wielerrevue sterke prestaties neerzette, mocht hij bij hen dan toch zijn handtekening niet zetten onder een profcontract.
Alsof dat niet voldoende was, werd Stijn slechts als eerste reserve aangeduid voor het WK in Lisabon. Iets wat velen nog altijd niet kunnen begrijpen.

De mensen van Vlaanderen 2002 hadden gelukkig wel meer vertrouwen in het talent van Stijn zodat hij het nieuwe seizoen kon ingaan als prof.
Later zou blijken dat dit wel de beste weg was. Terwijl de jongere renners van Mapei in het buitenland van de ene Ronde naar de andere trokken, kon Stijn in alle rust kennis maken met “zijn koersen” nl. de Vlaamse klassiekers.
Ook in de GP Fayt-le Franc moest een beresterke Magnus Bäckstedt alles uit zijn kast halen om hem van de zege af te houden.
In zijn tweede profjaar maakte Stijn iedereen duidelijk dat hij nog meer in zijn mars had. Tijdens de E3-prijs Harelbeke, waar hij derde werd, bewees hij klaar te zijn voor een stap hoger. Na ook nog sterke prestaties in de Ronde van Vlaanderen, Rund um Köln en de vierdaagse van Duinkerke kon hij Dirk Demol overtuigen en mocht hij een contract ondertekenen bij US Postal.

In 2004 beloonde hij zijn nieuwe ploeg voor het vertrouwen met ondermeer een sterke prestatie in de E3-prijs Harelbeke en een overwinning in de koninginnerit in de 4-daagse van Duinkerke.

Een update met onder meer de overwinningen van Stijn in de Ronde van Vlaanderen en zijn nationale titels op de weg en in het tijdrijden volgt.